Rassen

Marans: oorsprong, donkere eieren, gewicht en verzorging

Bijgewerkt:

Een donker ei is aantrekkelijk, maar ook de oudergroep, het Franse rastype en een droge uitloop verdienen aandacht.

Gepubliceerd:

Marans hen met donkere bruine eieren

Marans kiezen om meer dan één donker ei

Een donkerbruin Marans-ei is vaak het eerste wat je ziet in een advertentie. Het kan bijna chocoladebruin lijken en maakt een gemengde eiermand aantrekkelijk. Toch vertelt één ei weinig over de hen die je koopt. Vraag hoe de eieren van dezelfde moederdieren gedurende de leg eruitzien. De combinatie van kleur, rastype en een gezonde fokgroep is interessanter dan één uitzonderlijk donker exemplaar.

De Marans is een behoorlijk grote kip. Voor een Nederlandse tuin moet je dus behalve naar de schaal ook naar het nachthok, de zitstokken en de uitloop kijken. Wie alleen het hoogst mogelijke aantal eieren zoekt, heeft een ander doel dan iemand die dit ras wil houden of ermee wil fokken. Bepaal dat doel vooraf. Dan wordt duidelijk welke vragen je aan de verkoper moet stellen.

De oorsprong rond Marans in Frankrijk

Het ras komt uit Frankrijk, uit de omgeving van Marans en de Marais Poitevin in het westen van het land. Lokale kippen en latere fokkerij, waaronder invloeden van Langshan, maakten deel uit van de ontwikkeling. De selectie kreeg in het begin van de 20e eeuw een duidelijker vorm; de rasstandaard werd in 1931 vastgelegd. Herkomst en ontwikkeling zijn daarmee uitgebreider dan het verhaal dat één fokker op één dag een chocolade-eikip maakte.

Voor de gewichten en de bouw gebruiken we de huidige Franse standaard. Dat voorkomt dat verschillende oudere tabellen als één norm worden gebruikt. Je kunt in een verkooptekst ook een andere nationale standaard tegenkomen. Vraag welke de fokker volgt, vooral wanneer je dieren voor tentoonstellingen zoekt. Een afwijkend cijfer hoeft niet meteen bedrog te zijn, maar de bron en het type moeten wel duidelijk worden.

Gewicht van de grote hen en haan

Volgens de Franse standaard weegt een volwassen grote Marans-hen 2,50–3,00 kg en de haan 3,50–4,00 kg. Dit is de grote vorm, niet de kriel. De kaart bij dit artikel gebruikt dezelfde gewichten. Een oudere anderstalige weergave van de Franse standaard noemt een andere reeks voor de hen; die nemen we niet samen met de huidige cijfers over.

Bij een aangeboden jong dier hoort de leeftijd bij de weging. Een nog groeiende haan kun je niet afkeuren omdat hij het gewicht van een volwassen fokhaan niet heeft. Let ook op lopen, voeten en toegang tot het voer. Een zwaar dier is niet automatisch een goed fokdier; voor een fokgroep moeten bouw, gezondheid en afkomst samen kloppen. Vraag liever naar een echte recente weging dan naar een schatting op basis van een foto.

Frans type en zwart-koper op de foto

De Franse standaard beschrijft een enkele kam, rode oorlellen en licht bevederde loopbenen. Het is geen ras met een grote hoeveelheid veren als kussens rond de benen. De bouw moet stevig zijn en de kip moet normaal kunnen bewegen. Inspecteer de lichte beenbevedering in een natte uitloop, zodat vastzittende modder niet aan het zicht wordt onttrokken.

De foto’s bij deze gids tonen zwart-koper Marans. Er bestaan ook andere kleurslagen, zoals blauw-koper, koekoek, wit en tarwe. De eisen aan de kleur hangen samen met de gekozen standaard. Voor de tuin kan je eigen voorkeur een rol spelen; voor fokken wil je weten welke kleur de oudergroep heeft en hoe de paringen zijn ingericht. De mooiste foto uit een andere kleurslag zegt niets over het aangeboden kuiken.

Het eerste ei: ongeveer 22–26 weken

Als oriëntatie kun je denken aan 22–26 weken na het uitkomen. Dat is een afgeronde omzetting van de 5–6 maanden uit een Amerikaanse Marans-beschrijving. Het is geen startmeting voor alle Franse of Nederlandse lijnen. Vraag de fokker wanneer jonge hennen uit dezelfde groep meestal begonnen en zorg dat de uitkomstdatum bekend is.

Verwacht niet dat iedere hen hetzelfde tijdstip volgt. Het eerste ei kan bovendien kleiner zijn dan eieren later in de leg. Dat maakt zo’n eerste ei niet automatisch een fout in het ras. Als je een jonge hen koopt, is een duidelijke leeftijd nuttiger dan het woord “legklaar”. Bij een onverwachte achterstand kijk je naar groei, conditie en omstandigheden, niet alleen naar het ontbreken van een ei op een kalenderdatum.

De donkere schaal beoordelen

De Franse standaard beschrijft een basiskleur van mahonie tot chocolade en noemt niveau 4 als minimum op de Marans-kleurschaal. De allerhoogste niveaus, 8 en 9, zijn uitzonderlijk. Een foto van zo’n ei hoort niet als vaste kleurbelofte voor iedere hen te dienen. Gebruik dezelfde belichting bij een vergelijking en kijk niet alleen naar donkere vlekjes; de kleur van de ondergrond telt ook.

De schaal kan tijdens de legcyclus lichter worden. Vraag daarom naar een reeks eieren en de periode waarin die zijn verzameld. Een fokker die de verandering uitlegt, geeft bruikbaardere informatie dan een verkoper die alleen het donkerste ei laat zien. Wil je zelf selecteren, houd dan bij welke hen welk ei legde. Een mand met eieren uit meerdere rassen kan mooi zijn, maar is geen bewijs van de kleurvastheid van één Marans-lijn.

65 gram betekent minimum voor broedeieren

In de Franse standaard staat 65 g als minimale massa van een broedei. Dat is iets anders dan een gemiddelde voor alle eieren die je in de keuken gebruikt. Een kleine eerste leg wordt niet door die grens ineens een ei van 65 gram. Voor consumptie kun je de werkelijke eieren wegen; bij de selectie voor een broedsel moet je de bedoelde broedeispecificatie gebruiken.

Een donkere schaal vervangt evenmin de controle van de rest van het ei. Vraag naar verzameldatum, oudergroep en transport. Bij het schouwen is door een donkere schaal minder makkelijk te zien wat er binnenin gebeurt. Een onzeker beeld is daarom geen goede reden om onmiddellijk te besluiten dat het ei onbevrucht is. Werk zorgvuldig en beoordeel samen met de verdere ontwikkeling, zonder het ei alleen vanwege de kleur goed of slecht te noemen.

Hoeveel eieren kun je verwachten?

Een buitenlandse populatiebeschrijving geeft ongeveer 150–200 eieren per jaar. Dat is een oriëntatie voor de daar besproken Marans, geen gegarandeerde opbrengst van een Nederlandse fokgroep. Een hen die broeds wordt of ruipauze heeft, levert in die periode geen gelijkmatig weektotaal. Ook het jaar waarin een kuiken uitkwam is niet hetzelfde als een volledig productiejaar na het eerste ei.

Bespreek met de fokker zowel de leg als de kleur. Een selectie op uiterst donkere eieren en een selectie op veel verzamelde eieren zijn niet automatisch hetzelfde doel. Vraag welk doel de oudergroep heeft en hoe lang er is geteld. Noteer in je eigen toom de hennen, de periode en de eieren. Daaruit ontstaat een bruikbare vergelijking; een tabel met bedachte aantallen voor elk van vijf levensjaren helpt daar niet bij.

Modder, beenveren en een bruikbaar nachthok

Een overdekte droge plek helpt vooral in een natte Nederlandse herfst. Kijk naar het pad tussen uitloop en ingang: als daar water blijft staan, nemen de dieren het steeds mee naar binnen. Alleen nieuwe bodembedekking toevoegen lost de waterroute niet op. Leid regenwater weg en zorg dat de drinkbak de rustplek niet nat maakt.

Zitstokken moeten stevig zijn en ruimte voor een veilige landing laten. Nesten moeten gemakkelijk bereikbaar zijn voor een volwassen hen. Verstop die niet achter een nauwe doorgang die steeds door de haan of dominante hennen wordt bezet. Het hok heeft frisse lucht nodig, terwijl de slaapplaats droog en beschut blijft. Tijdens een warme week horen voldoende schaduw en water bij de inrichting; de rasnaam is geen vervanging voor die voorzieningen.

Omgang, voer en broedsheid

Het karakter verschilt per lijn en dier. Bekijk hoe de oudergroep op de fokker reageert en hoe de dieren met elkaar omgaan. In een gemengde toom kan een rustige Marans alsnog van het voer worden weggehouden. Na een geleidelijke introductie controleer je daarom niet alleen vechten, maar ook toegang tot water, voer en het nest.

Voer passend bij leeftijd blijft de basis. Extra graan of allerlei toevoegingen maken een onvolledige basis niet vanzelf goed. Broedsheid kan bij Marans voorkomen; een beschrijving van één zwart-koper lijn noemt het als mogelijkheid. Vraag naar de moederdieren en plan pas een natuurlijk broedsel wanneer een hen werkelijk betrouwbaar zit. Bedenk daarbij ook waar de kuikens later kunnen worden gehouden.

Aankopen voor de eiermand of voor rasfokkerij

Voor enkele huishennen zijn gezondheid en een passende herkomst belangrijk. Voor rasfokkerij heb je meer nodig: afzonderlijke oudergroepen, informatie over kleurslag en type, en eieren die aan de juiste groep te koppelen zijn. Zeg niet dat iedere donkere-eikruising Marans is. Een eerlijk benoemde kruising kan prima bij iemand passen, maar is een andere aankoop dan een rasdier.

Bij broedeieren vraag je naar ouders en verzameldatum, bij kuikens naar uitkomstdatum en groep, en bij jonge hennen ook naar de geslachtsbepaling. De echte meerwaarde van Marans zit in kippen met een herkenbaar type én aantrekkelijke eieren. Als alleen een extreem donkere verkoopfoto de keuze draagt, stel dan nog enkele vragen voordat je betaalt.

Afdrukbare A4-raskaart: Marans

Afkomst, gewicht, eerste ei en verzorging op één A4-pagina. De cijfers en hun bereik zijn gelijk aan die in de tekst.

Afdrukbare A4-raskaart van de Zwart-koper Marans – zwart-koper marans-hen bij donkere eieren
Download de A4-raskaart (PDF)
Piotr Markot

Auteur

Piotr Markot

Piotr Markot, pluimveehouder en schrijver van Twoja Farma. Deze gids bespreekt Marans en het houden van een kleine toom in Nederland.

Veelgestelde vragen

Waar komt de Marans vandaan?

Uit de omgeving van Marans en de Marais Poitevin in West-Frankrijk. Lokale kippen en latere fokinvloeden droegen aan de ontwikkeling bij; de standaard werd in 1931 vastgelegd.

Hoe zwaar zijn grote volwassen Marans?

De huidige Franse standaard geeft 2,50–3,00 kg voor de hen en 3,50–4,00 kg voor de haan. Deze reeks geldt niet voor krielen of nog groeiende dieren.

Wanneer legt een jonge Marans haar eerste ei?

Circa 22–26 weken na het uitkomen is een afgeronde omzetting van 5–6 maanden uit een Amerikaanse beschrijving. Vraag daarnaast naar de eigen lijn van de fokker.

Zijn alle eieren altijd chocoladebruin?

Nee. De Franse standaard noemt minimaal niveau 4 op de Marans-kleurschaal. Niveaus 8 en 9 zijn uitzonderlijk, en de schaal kan in de legcyclus lichter worden.

Is 65 gram het gemiddelde eigewicht?

Nee. De Franse standaard noemt 65 g als minimum voor broedeieren. Het is geen gemiddelde van alle consumptie-eieren, zeker niet van de eerste kleine eieren.

Hoeveel eieren legt een Marans?

Een Amerikaanse populatiebeschrijving noemt ongeveer 150–200 eieren per jaar. Het is geen gegarandeerde opbrengst voor iedere Nederlandse lijn of ieder levensjaar.

Heb je nog een vraag?

Vermeld de kleurslag, afkomst, leeftijd en je vraag over de dieren, eikleur of broedeieren.

Houd je toom en eieren overzichtelijk bij